Wat Lou de Jong niet schreef

In de werken van Lou de Jong staan veel zaken genoemd. Maar als het direct of indirect met communisten of de veiligheidsdiensten te maken heeft, ontbreken veel zaken, worden de feiten zo gemanipuleerd weergegeven dat een verkeerde indruk wordt gewekt of worden regelrechte leugens vermeld. Natuurlijk kun je,, ook in zo een groot werk, niet alles vermelden. Maar er zijn veel zaken die absoluut niet mogen ontbreken, of als je een bepaald onderwerp of persoon van minder belang toch behandeld dan mogen bepaalde feiten die het karakter van het onderwerp sterk beïnvloeden niet ontbreken. Hieronder geef ik een overzicht van zaken die niet hadden mogen ontbreken of verdraaid of fout worden weergegeven of regelrechte leugens zijn. Ik heb daarbij alleen zaken opgenomen, waarvan ik zeker weet dat hij er kennis van heeft genomen, bijvoorbeeld door dat ze in de dossiers van het Centraal Archief Bijzondere rechtspleging duidelijk vermeld staan. Zaken die hij gemist kan hebben en waar ik alleen kennis heb genomen door bronnen die hij mogelijk niet tot zijn beschikking had (bijv. de collectie Moskou, het archief Jan Baars, lokale politiearchieven), heb ik niet opgenomen, zoals de samenwerking tussen de Valschgeldcentrale en de Gestapo in Berlijn, alhoewel ik het verbijsterend vind dat hij dat niet geweten zou hebben. Ook de echte achtergronden van fascistenleider, Wehrmachtinkoper en collaborateur Jan Baars, die valselijk als verzetsheld in de literatuur voorkomt, noem ik niet in het lijstje. Het doel van de manipulatieve geschiedschrijving lijkt enerzijds het in een minder gunstig daglicht plaatsen van de communisten en anderzijds het grootschalig landverraad en de moordlust van de Inlichtingendiensten, met op de achtergrond hoofdcommissarissen, burgemeesters en ministers van Justitie, te verhullen.

  1. Minstens drie leden van de Haagse Politie Inlichtingendienst waren voor de oorlog geheim lid van de NSB. De Centralen Inlichtingendienst beschikte over een lijst van geheime leden van de NSB, desondanks werd door de overheid het ambtenarenverbod voor NSB-leden niet toegepast om de geheime leden bij de politie te ontslaan.
  2. De Haagse Politie Inlichtingendienst werkte in opdracht van de Haagse burgemeester De Monchy nauw samen met de Gestapo in Wuppertal, waarbij werd samengewerkt met Kurt Döring die in mei 1940 als eerste Sicherheitsdienstman in Nederland arriveerde om vanuit Den Haag leiding te geven aan het bestrijden van het communisme in Nederland. Feitelijk was dit het begin van de massamoord op meer dan tweeduizend communisten tijdens de oorlog.
  3. Anton van der Waals werkte voor Rotterdamse Politie Inlichtingendienst en spoorde leden van de scheepssabotageploeg op. Hij werd daarvoor speciaal in dienst genomen door het scheepsreparatiebedrijf A. de Hoop (van 1937 tot 1942), dat daarvoor in ruil een geweldige marine order kreeg.
  4. Anton van der Waals infiltreerde in 1937 de CPN-afdeling op de linker Maasoever in Rotterdam.
  5. In december 1937 liet de Rotterdamse burgemeester de chef Christoffel Bennekers naar een bijeenkomst met de Gestapo in Hamburg gaan en daar de door Anton van der Waals achterhaalde namen van de scheepssabotageploeg overhandigen, onafhankelijk van het feit of er bewijs van een strafbare daad was. Daarmee werden hun levens in groot gevaar gevraagd. Deze overhandiging van namen heeft tijdens de oorlog tot de dood van omstreeks twintig verzetsmensen geleid.
  6. Hoge militairen en politiefunctionarissen hadden voor de oorlog ontmoetingen met Duitse spionnen (onder ander met de leider van de Duitse spionage in Nederland Traugott Protze) in restaurant Chateau Bleu in Den Haag. De Haagse Politie Inlichtingendienst was op de hoogte, maar arresteerde de spionnen, militairen en politiefunctionarissen niet.
  7. Hendrik Alsem was voor de oorlog spion voor Duitsland.
  8. De NSB hield voor de oorlog op de terreinen van Shell schietoefeningen in Den Haag, waarvan de Haagse Politie Inlichtingendienst op de hoogte was. De Haagse Politie Inlichtingendienst liet de oefeningen elders plaats vinden vanwege klachten over geluidsoverlast door de gegoede burgerij in de omgeving. De vuurwapens werden niet in beslag genomen wegens het strikt verboden wapenbezit en er werd ook niet opgetreden tegen het verboden vervoer van vuurwapens met munitie over de openbare weg.
  9. Het CPN-partijbestuur besloot tijdens een bijeenkomst met kerstmis 1938 in een villa in Hilversum om in het geval van een Duitse inval ondergronds door te gaan en verzet te gaan plegen en niet pas in juli 1940 bij het verbod door de Duitsers. De RSAP nam in de loop van 1939 een soortgelijk besluit.
  10. De CPN verbrandde op 10 mei 1940 de ledenadministraties van de partij en aanverwante organisaties en andere papieren.
  11. Vrijwel geen enkele lokale Politie Inlichtingendienst vernietigde de lijsten van linkse personen, zodat die tijdens de bezetting voluit door de Sicherheitsdienst en de met de Sicherheitsdienst samenwerkende Politie Inlichtingendiensten gebruikt konden worden. Het heeft vele honderden linkse verzetsmensen het leven gekost.
  12. De eerste arrestaties van communisten waren op 12 mei 1940 in Maastricht in een samenwerking tussen de Gestapo uit Aken en lokale politie. Het waren de eerste personen die door de Duitsers gearresteerd werden.
  13. Het CPN-bestuur kwam op 15 mei 1940 bijeen om afspraken te maken over het ondergronds gaan en voor te bereiden op in verzet te gaan. Er werd afgesproken om zolang mogelijk in het openbaar gewoon door te gaan en de Duitsers niet te provoceren. De tijd werd benut om voor het verzet nuttige zaken in veiligheid te brengen.
  14. Het was niet de Sicherheitsdienst die de Haagse CPN in 1941 kon binnendringen, maar het was een voortzetting van een infiltratieactie door de Haagse Politie Inlichtingendienst die sinds januari 1923 liep en op 15 mei 1940 in opdracht van burgemeester De Monchy werd voortgezet. De infiltratieactie heeft tot veel arrestaties in 1941, 1942, 1943 en 1945 geleid met 128 dode verzetsmensen als gevolg.
  15. Kurt Döring, leider van de afdeling Kommunismus van de Gestapo in Wuppertal, was de eerste Sicherheitsdienstman die zich in mei 1940 in Nederland vestigde. Hij moest het communisme in Nederland gaan bestrijden. Zijn komst hield verband met de samenwerking sinds 1935 met de Haagse Politie Inlichtingendienst bij de bestrijding van het communisme. Leden van de Haagse Politie Inlichtingendienst zochten meteen in mei 1940 contact met Döring. De activiteiten van Döring hebben tot de dood van omstreeks 2000 linkse personen geleid.
  16. De Nederlandse regering had 39 Duitse communistische vluchtelingen op Vlieland geïnterneerd, vanwege activiteiten gericht tegen het Hitler-regime. Begin 1940 verzochten de geïnterneerden om naar het vasteland te worden overgebracht, zodat ze bij het naderen van Duitse troepen vrijgelaten konden worden, want de kans was groot dat ze door Duitsland vermoord zouden worden. De regering weigerde dit en vertrok in mei 1940 naar Londen. De geïnterneerden werden aan de bezetter uitgeleverd. Minstens 14 van hen zijn om het leven gebracht, terwijl ze in principe voorbestemd waren om een belangrijke rol in het anti-Duitse verzet te spelen.
  17. De communist Isaac John de Nooter werd door Geheime Feld Gendarmerie op 20 mei 1940 gearresteerd, die daardoor in een concentratiekamp om het leven kwam. Hij was de vroegst gearresteerde persoon die daardoor om het leven is gekomen. De Nooter is de in Nederland gearresteerde persoon die het langst in Duitse gevangenschap heeft doorgebracht.
  18. Bij het verbod van de Marxistische partijen SDAP, CPN en RSAP in juni 1940 was de CPN de enige partij die alle bruikbare bezittingen uit de partijgebouwen had gehaald, zodat de Sicherheitsdienst alleen nagenoeg lege CPN-kantoren aantrof en ontdekte dat de ledenadministratie verbrand was.
  19. Jan Frederik Everhard Hopman van de Haagse Politie Inlichtingendienst werd op 27 juli 1940 door de liberale locoburgemeester Van der Bilt en hoofdcommissaris Nicolaas van der Meij aangesteld als verbindingsofficier met de Sicherheitsdienst (tegelijk met zijn benoeming tot chef van de Haagse Politie Inlichtingendienst) en niet door Friedrich Wilhelm Simon in 1941.
  20. De Nederlandsche Unie, vernoemd naar de fascistische groepering Nationale Unie uit het begin van de jaren dertig, was een fascistische organisatie die gelid werd door het drietal Jan de Quay, Louis Einthoven en Johannes Linthorst Homan, die aanhangers waren van de fascisten Mussolini, Franco en Salazar. Ze wilden wel een onafhankelijk Nederland, maar wel dat dat de democratie werd afgeschaft en een standenstaat op corporatieve basis (dat wil zeggen een staatsvorm op fascistische basis zoals dat van Mussolini, Franco en Salazar); het ‘socialisme’ van de Nederlandsche Unie was hetzelfde als dat van Duitsland: dus ‘nationaal-socialisme’.
  21. Het Haagse meubelbedrijf Pander ging in augustus duizenden onderstellen op ski’s produceren voor Duitse transportvliegtuigen, die kennelijk voor een oorlog tegen de Sowjet Unie bestemd waren. Het bericht werd in augustus 1940 door de aan de CPN gelieerde groep Wollweber aan Moskou doorgeseind. In principe kan deze ontdekking van beslissende betekenis voor de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog zijn geweest.
  22. Het Englandspiel begon augustus 1940 met een geheime agent die in Zuid Holland gedropt werd en opgewacht werd door twee leden van de Haagse Politie Inlichtingendienst die kennelijk vanuit Londen op de hoogte waren gesteld van de komst van de parachutist.
  23. De eerste door de Duitsers in Nederland vermoorde persoon was op 28 augustus 1940 de communist Pieter Philippus van den Berg (gearresteerd 13 augustus 1940).
  24. Het merendeel van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst werd lid van de NSB; verschillende leden werden lid van de SS.
  25. Het naoorlogse hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst Johann Crabbendam werd door de Duitsers in november 1940 benoemd tot chef van de Haagse Documentatiedienst en niet Friedrich Wilhelm Simon op 1 januari 1941 (het doel van de verschuiving door De Jong was om de rol van het naoorlogse hoofd van de BVD Johan Gottlieb Crabbendam te verhullen; een overduidelijk staaltje van politiek gemotiveerde geschiedvervalsing).
  26. Het opsporen en arresteren van de verzetsgroep Geuzen begon in december 1940 door de Haagse Politie Inlichtingendienst.
  27. Hendrik Alsem was inkoper en zwarthandelaar voor de Sicherheitsdienst.
  28. In het NIOD-archief bevindt zich een Duits rapport dat de Februaristaking vanaf januari 1941 werd voorbereid en een telegram waarin staat dat er op 22 februari 1941 ’s-avonds een vergadering plaats vond, waarbij over het doorgaan van de Februaristaking op 25 februari werd gesproken. De Februaristaking was dus geen spontane actie van de Amsterdamse bevolking, maar een zorgvuldig door de CPN voorbereide actie.
  29. Gerrit Blom werd uit Buchenwald teruggehaald, omdat hij ten behoeve van een strafproces moest getuigen over een vergadering voor zijn arrestatie op 22 februari 1941 over het tot stand brengen van de Februaristaking.
  30. Verreweg het grootste deel van de leden van de Noorderlicht-groep (Groningen) werd in de periode maart-juni 1941 gearresteerd en niet in het kader van de Aktion CPN.
  31. De Groningse commissaris (van de koningin) Linthorst Homan gaf na verzoeken door Groningse burgemeesters tot het doen van navraag naar het lot van arrestanten bij de Sicherheitsdienst als antwoord dat hij dat in principe wel wilde doen, maar niet als het communisten betrof.
  32. In Amsterdam kregen de wachtcommandanten van politieposten de opdracht dat ze als de vermissing van een persoon werd aangegeven ze niet mochten doorgeven dat vermiste communisten door de Sicherheitsdienst of de Valschgeldcentrale gearresteerd waren, zodat de verwanten lange tijd in ongerustheid bleven zitten over het lot van een verdwenen gezinslid.
  33. De Stijkelgroep werd opgespoord door bij de Sicherheitsdienst gedetacheerde leden van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst en werden onder leiding van Johan Gottlieb Crabbendam gearresteerd door leden van de Documentatiedienst, waar Crabbendam chef van was.
  34. Het Wachttoren-genootschap (Jehovah’s Getuigen) werd door Anne van der Ploeg van de Haagse Politie Inlichtingendienst voorjaar 1941 opgeheven en Anne van der Ploeg was betrokken bij de arrestatie van Jehovah’s Getuigen wat tot veel doden heeft geleid.
  35. De Rotterdamse burgemeester Oud kende Anton van der Waals al van voor de oorlog, toen hij van diensten gebruik wilde maken om naar Engeland te vluchten.
  36. Bij de Aktion CPN werden communisten gearresteerd aan de hand van lijsten van de Centralen Inlichingendienst.
  37. Bij Aktion CPN werden communisten door de lokale politie gearresteerd op basis van lijsten van de lokale Politie Inlichtingendiensten die niet vernietigd waren.
  38. Bij het arresteren van communisten in het kader van de Aktion CPN voegden lokale politiekorpsen, tegen de strikte opdracht van de Sicherheitsdienst in, op eigen initiatief ongewenste andere linkse activisten toe om vermoord te worden.
  39. De Aktion CPN heeft ongeveer 400 communisten het leven gekost. Het waren bijna allemaal verzetsmensen. Het was verreweg de meest dodelijk actie tegen het verzet in Nederland.
  40. De communisten die 28 april en 22 juni 1941 en tussen 1 juli en 30 september 1941 in de regio Den Haag (van Leiden tot Delft) werden gearresteerd waren een gevolg van infiltratie sinds 1923 door een politiespion en vormden geen onderdeel van de Aktion CPN.
  41. De politie stal uit woningen van communisten geld en waardevolle zaken als fototoestellen)
  42. In Nederland was het beleid om communisten als enige groep na arrestatie door de Sicherheitsdienst en politie te martelen.
  43. Herman Holstege werd doodgemarteld in bijzijn van vooroorlogs lid van de Haagse Politie Inlichtingendienst die als tolk fungeerde.
  44. Het ontvangstcomité bij het Englandspiel, dat gedropte geheime agenten opving en aan de Sicherheitsdienst overleverde, bestond uit minstens acht personen die voor de oorlog bij Haagse Politie Inlichtingendienst of de Centrale Inlichtingendienst werkten; sommigen waren begin jaren dertig ondergeschikten van hoofdcommissaris Van ’t Sant die tijdens de oorlog geheime agenten uitzond om boven Nederland gedropt te worden. Er zaten vooroorlogse geheime leden van de NSB bij. Ook enkele vooroorlogse informanten van de Haagse Politie Inlichtingendienst die in de CPN waren geïnfiltreerd maakten deel uit van het ontvangstcomité.
  45. Dat de Joden in het kader van de holocaust vermoord werden was vanaf september 1942 bij de Sicherheitsdienst bekend.
  46. Dat de Joden in het kader van de holocaust vermoord werden was vanaf december 1942 bekend bij de leden van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst die bij de Sicherheitsdienst gedetacheerd waren.
  47. Abraham van Dijk van de Haagse Politie Inlichtingendienst was V-Mann voor de Duitse topspion Traugott Protze en betrokken bij onder andere penetratie van een pilotenlijn en het smokkelen van Duitse spionnen naar Engeland.
  48. Jacob Lion Mendels werd gechanteerd door leden van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst om behulpzaam te zijn bij het binnendringen van een pilotenlijn, waarlangs vervolgens Duitse spionnen konden gaan.
  49. Jacob Lion Mendels werd gechanteerd door leden van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst om behulpzaam te zijn bij het binnendringen de Amsterdamse CPN, waardoor Petrus Pooters gearresteerd kon worden.
  50. De ouders van Jacob Lion Mendels kwamen in 1943 in Auschwitz om het leven en Jacob Lion zelf in 1944.
  51. Behalve Van Dijk werkten nog vier leden van de Haagse Politie Inlichtingendienst voor de Duitse topspion Traugott Protze werken om een pilotenlijn naar Spanje te infiltreren, behulpzaam te zijn bij het ontvreemden van stukken die Nederlands staatsgeheim waren en om de Amsterdamse CPN en de Rote Kapelle te infiltreren.
  52. Krieno Hendrik Luurssen van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst was de leider van de Bahnfahndung (treincontrole), die aan vele honderden mensen, vooral Joden, het leven heeft gekost en indien indirecte slachtoffers, waarvan de namen werden verkregen door verhoren, worden meegeteld aan meer dan duizend mensen. De NSB’ers Cornelis Heijnis en Johannes Eckhardt van de vooroorlogse Haagse Politie Inlichtingendienst waren lid van de Bahnfahndung.
  53. De naoorlogse criminele Haagse burgmeester Willem Visser speelde een belangrijke rol in de NSB-organisatie Winterhulp.
  54. De naoorlogse criminele Haagse burgmeester Willem Visser werkte met de Amsterdamse commissaris va politie Karel Henri Broekhoff samen aan de reorganisatie van de Nederlandse politiekorpsen in een door de Duitsers gewenste staatspolitie.
  55. De naoorlogse criminele Haagse burgmeester Willem Visser en het naoorlogse lid van de Binnenlandse Veiligheidsdienst Willem Bos gingen in 1943 enige tijd bij de Duitse zwarthandelaar Fritz Arthur Mucke wonen en assisteerden hem bij de zwarte handel in goederen die voor het Reichsministerium Ost bestemd waren om naar de bezette Oekraïne gestuurd te worden.
  56. Bij de actie op 15 mei 1944 in Helvoirt die 14 verzetsmensen het leven heeft gekost, waren aan Duitse zijde drie leden van de Haagse Politie Inlichtingendienst betrokken.
  57. Het hele verhaal over Reinder Zwolsman is volledig in tegenspraak met het dikke CABR-dossier van Zwolsman en lijkt uit de duim te zijn gezogen.
  58. Fritz Rudolf Hillesheim was geen goede Duitser maar de spil in een in het afpersings- en chantage systeem van de Sicherheitsdienst met betrekking tot niet-communistische arrestanten door te dreigen met zenden naar concentratiekamp, maar met mogelijkheid tot vrijkopen tegen 5000 gulden; Hillesheim werd er schatrijk van en ook anderen hielden er veel geld aan over. Het is pure onzin dat Hillesheim bij een Nederlandse verzetsorganisatie betrokken was.
  59. De verzetsgroep Karel Doorman werd op Dolle Dinsdag opgericht en was niet meer dan 500 jongensnamen van een leerlingenlijst van het Haags Lyceum; er is dan ook geen enkele verzetsdaad of poging daartoe van deze zogenaamde verzetsgroep bekend. Hendrik Alsem was doordat hij door Reinder Zwolsman gevangen werd gezet en door ernstige ziekte zelfs niet in staat om enige actie te ondernemen.
  60. Reinder Zwolsman was gedurende bunkerbouw in België V-Mann voor de Gestapo.
  61. Reinder Zwolsman was V-Mann voor Joseph Schreieder en Friedrich Frank van de Duitse contraspionage (Sonderkommando Frank van de Sicherheitsdienst).
  62. Reinder Zwolsman kreeg van de Sicherheitsdienst een wapenvergunning, een autovergunning, een vuurwapen, een auto en een Sicherheitsdienstuniform.
  63. Reinder Zwolsman had uniform van Sicherheitsdienst, Waffenschein van de Sicherheitsdienst, dienstwapen van Sicherheitsdienst, dienstauto van Sicherheitsdienst, kreeg benzine van Sicherheitsdienst.
  64. Reinder Zwolsman stuurde een peloton van tien marechaussees aan, terwijl hij geen politieman was.
  65. Reinder Zwolsman was sleutelfiguur in radiocontact tussen de Geheime Dienst Nederland en het Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen, waarbij hij alle berichten naar Joseph Schreieder van de Duitse contraspionage bracht en de door Schreieder geschreven antwoorden naar Londen liet seinen; het was aan alle Haagse leden van de Geheime Dienst Nederland bekend dat met de Sicherheitsdienst werd samengewerkt.
  66. Reinder Zwolsman was bunkerbouwer in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland.
  67. De vooroorlogse minister van oorlog Laurentius Deckers (RKSP) was commissaris in het Zwolsman-concern ABEX en deed mee aan de bunkerbouw in Duitsland en de handel in Joods onroerend goed.
  68. Reinder Zwolsman was zwarthandelaar op grote schaal.
  69. Reinder Zwolsman nam in naam van de Sicherheitsdienst goederen in beslag bij zwarthandelaren, eigende die zich toe en verkocht die te eigen bate op de zwarte markt.
  70. Reinder Zwolsman handelde in Joods onroerend goed.
  71. Reinder Zwolsman bracht het vermogen van een rijke Duitse zakenman verbonden aan de antisemitische filmmaatschappij UFA onder in een naamloze vennootschap op naam van de Argentijnse vrouw Ursula Ramelow met het oogmerk om het weg te smokkelen naar Argentinië.
  72. Reinder Zwolsman speelde een essentiële rol bij de opsporing van Hillesheim en mocht diens vermogen en huizenbezit behouden als hij die bezittingen kon opsporen.
  73. Reinder Zwolsman sloot eigenhandig mensen op in Oranjehotel, Ursulakliniek en privégevangenis in een woning die hij ter beschikking had gekregen van Jan Haakman.
  74. Reinder Zwolsman mishandelde arrestanten.
  75. Reinder Zwolsman bracht vier Sicherheitsdienstarrestanten vanuit het Oranjehotel naar kamp Amersfoort in ruil voor het vrij krijgen van zakenrelaties.
  76. Reinder Zwolsman ontvoerde gekleed in Sicherheitsdienst-uniform Justinus Johannes van Hasselt uit het ziekenhuis Zuidwal en bracht hem naar de Ursulakliniek.
  77. Reinder Zwolsman gaf op 7 april 1945 opdracht tot de zinloze moord op Justinus van Hasselt in de Ursulakliniek.
  78. Hendrik Alsem was een oplichter die uit Nederlandsch Indië werd verwijderd, spion was voor Duitsland, inkoper was voor de Sicherheitsdienst, gevangene van Zwolsman vanwege ruzie en werd door Zwolsman in een psychiatrische kliniek opgesloten.
  79. Het vooroorlogse lid van de Haagse Politie Inlichtingendienst Krieno Hendrik Luurssen, was vanaf mei 1940 lid van de Sicherheitsdienst en vanaf 1943 leider van de treincontrole en aan het eind van de oorlog lid van Het Sonderkommando Frank van de Duitse contraspionage. Hij was betrokken bij het afpersingssysteem waarbij arrestanten zich konden vrijkopen onder bedreiging van zending naar een concentratiekamp. Hij werd door minister-president Gerbrandy via diens zwager Nicolaas Sikkel in de verzetsgroep van Hannie Schaft geïnfiltreerd.
  80. De Sicherheitsdienst beloofde bij represailles geen mensen meer te fusilleren, maar er werd een uitzondering gemaakt voor ter dood veroordeelden, waarmee communisten en zogenaamde plunderaars (hongerige mensen die tijdens hongersnood goederen uit gebombardeerde huizen haalden om op de zwarte markt te ruilen voor voedsel voor het gezin), die per definitie administratief ter door werden veroordeeld, massaal gefusilleerd werden; deze afspraak werd door rechtse verzetsgroepen als de Ordedienst geaccepteerd.
  81. Op 10 en 11 maart 1945 werden door de RAF wapens gedropt, die door Reinder Zwolsman met auto’s van de Sicherheitsdienst en Passierscheine werden opgehaald, naar de Ursulakliniek werden overgebracht en onder bewaking van Duitse SS-troepen werden gesteld. De wapens waren bestemd om na de oorlog verspreid te worden om de bevolking onder controle te houden, in principe hadden duizenden burgerdoden kunnen vallen indien er onafhankelijk van de regering in Londen een regering in Nederland gevormd zou worden.
  82. De zelfbevrijding van Buchenwald heeft wel degelijk plaats gevonden, daarvan zijn verschillende getuigenverklaringen van Nederlanders die daaraan hebben deelgenomen. Henri Pieck heeft als lid van het Internationales Lager Komitee er een belangrijke rol in gespeeld. Vooraf leek het een hachelijk onderneming te worden, maar dat bleek achteraf erg mee te vallen, doordat na de vlucht van de SS nagenoeg alle achtergebleven bewakers weigerden te vechten. De gebruikte wapens waren samengesteld uit onderdelen die binnengesmokkeld waren door gevangenen die in wapenfabrieken moesten werken; de wapens werden verborgen onderin bloembakken die er waren om functionarissen van het Rode Kruis die op inspectie op bezoek kwamen te misleiden over de barbaarse toestanden in het kamp.
  83. Een aanzienlijk percentage van de communisten is om het leven gekomen, zodat er sprake is van een soort genocide (politicide).
  84. Een aanzienlijk percentage van de Jehovah’s Getuigen is om het leven gekomen, zodat er sprake is van een genocide.