Discriminatie: NS-regeling voor een uitkering aan Joodse slachtoffers

Enige jaren geleden heeft de Nederlandse Spoorwegen (NS) na aandrang door Joodse organisaties een uitkering gedaan aan Joden die door de NS naar Duitse concentratiekampen zijn vervoerd. Indertijd had de NS een lucratief contract met de Duitse bezetter afgesloten om het vervoer vanuit Nederland naar Nederlandse kampen (concentratiekamp Herzogenbusch beter bekend als Vught, Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort en Doorgangskamp Westerbork) en Duitse concentratiekampen te regelen en uit te voeren. Dat vervoer naar Duitse kampen betrof enerzijds het vervoer van Joden, Roma en Sinti naar vernietigingsplaatsen als Auschwitz en Sobibor en anderzijds het vervoer naar concentratiekampen van gevangenen (verzetsmensen, Jodenhelpers, Jehovah’s Getuigen, politiemannen die onwettige bevelen weigerden uit te voeren, stakers, ontduikers Arbeitseinsatz, militairen die zich niet voor hernieuwde krijgsgevangenschap gemeld hadden, overtreders van economische voorschriften, zwarthandelaren, gijzelaars, dieven enz.). In deze laatste groep die naar ‘gewone’ concentratiekampen vervoerd werden zaten ook veel Joden, die daardoor vaak aan de holocaust ontkwamen (maar dan weer vaak op een andere wredere manier om het leven kwamen). De NS-regeling is alleen opengesteld voor Joodse mensen, met uit coulance daaraan toegevoegd Roma en Sinti. De Joodse organisaties traden meteen van begin af aan naar buiten met de racistische kreet: “alleen voor Joden”, wat onmiddellijk doet denken aan de apartheidskreten “slegs vir blankes” en “only whites”, waarmee ze feitelijk te kennen gaven dat ze niet wilden dar Roma en Sinti ook onder de regeling zouden vallen.

Er zijn tijdens de oorlog ook veel niet-Joden vermoord, omdat ze hulp gaven aan Joden: onderduikgelegenheid gaven, zorgden voor voedsel en dergelijke op hun onderduikadres en valse papieren fabriceerden en verstrekten. In veel andere gevallen werden zulke Joden-helpers in concentratiekampen invalide geknuppeld. Deze mensen zijn ook slachtoffers van de holocaust. Maar de Joodse organisaties tonen met hun kreet ‘alleen voor Joden’ diepe minachting en verachting voor deze niet-Joodse Jodenhelpers. Deze holocaustslachtoffers worden op racistische gronden uitgesloten van de NS–regeling.

Doordat ook Joodse verzetsmensen en gijzelaars, die voor de start van de holocaust en zelfs voor het besluit tot de holocaust werden afgevoerd en vaak samen met niet-Joden vermoord werden, onder de regeling vallen ontstaat racistische discriminatie, omdat ze onder precies gelijke omstandigheden vermoord werden. Een voorbeeld is de massale arrestatie van communisten tijdens de Aktion-CPN naar aanleiding van de Duitse inval in de Sovjet Unie, waarbij vaak geen verschil was in behandeling tussen Joden en niet-Joden: er waren vrij veel Joden onder de door de Nederlandse politie geselecteerde mensen die naar inzicht van de politie vermoord moesten worden. De huidige Nederlandse grondwet schrijft voor dat in gelijke gevallen mensen gelijk behandeld moeten worden, ongeacht hun afkomst of levensovertuiging. De NS-regeling is daarom in strijd met de grondwet.

Daarom heb ik een aanklacht wegens discriminatie ingediend. Na een jaar heb ik bij het Openbaar Ministerie navraag naar de afhandeling gedaan. Het Openbaar Ministerie was zo attent om totaal niet op de navraag te reageren. Na twee jaar heb ik opnieuw navraag gedaan, met de toevoeging dat er mogelijk bij het Openbaar Ministerie sprake was van een vorm van corruptie om voormalige toppolitici van vervolging te vrijwaren door een vertragingstactiek te volgen, om zo de zaak te laten verjaren. Verder heb ik er aan toegevoegd in het geval van een niet spoedige beslissing tot vervolging me tot de Europese commissie te wenden met het verzoek Nederland op het strafbankje te plaatsen vanwege het niet handhaven van de rechtsstaat door enerzijds discriminatie niet te vervolgen en anderzijds een aangifte van racistische discriminatie niet te willen behandelen. Toen kon er opeens wel heel snel een afhandeling door afwijzing komen.

Na mijn aangifte realiseerde ik me dat er sprake is van een oorlogsmisdrijf door de NS. Bij mijn eerste navraag naar de status van mijn aangifte heb ik dat aan de Officier van Justitie gemeld. Maar mr. Drogt is daar bij haar afwijzing totaal niet op ingegaan, wat natuurlijk uitermate idioot is bij zo een zwaar misdrijf.

Bij het voornoemde oorlogsmisdrijf gaat het om het volgende. De welbekende en beruchte Adolf Eichmann was als notulist aanwezig bij de Wannsee-conferentie en wist dat de Joden vermoord zouden worden. Hij kreeg daarna opdracht om het treinverkeer vanuit heel Europa naar de vergassingsoorden te regelen. Na de oorlog is hij door de Israëlische geheime dienst in Argentinië opgepakt en naar Israël ontvoerd. Daar werd hij in een proces vanwege het regelen van het treinverkeer, in de wetenschap dat de vervoerden vermoord zouden worden, ter dood veroordeeld en vervolgens opgehangen. Vrijwel iedereen op deze planeet is het hiermee eens. Welnu, de Nederlandse Spoorwegen hebben zich aan precies hetzelfde vergrijp schuldig gemaakt: het regelen van het treinverkeer in de wetenschap dat de inzittenden vermoord zouden worden. Daarbij gaat het niet om de Nederlandse Joden die vanuit Westerbork naar Auschwitz of Sobibor vervoerd werden, want in toen werd er door vrijwel iedereen vanuit gegaan dat de Joden daar naar een werkkamp werden overgebracht. In deze gevallen heeft de Nederlandse Spoorwegen zich schuldig gemaakt aan ontvoering, omdat de mensen tegen hun wil in werden overgebracht.

Maar bij de transporten door de NS van Amersfoort of Vught naar Duitse concentratiekampen wisten de NS heel goed dat veel van de inzittenden vermoord zouden worden. In Nederland was vanaf zomer 1941 algemeen bekend dat Nederlanders in de concentratiekampen vermoord werden. Dat blijkt uit de naoorlogse processen-verbaal waarbij overlevenden melding maakten van het feit dat tijdens martelsessies leden van de Nederlandse Inlichtingendienst hen bedreigden met zending naar een concentratiekamp met de toevoeging ‘dat ze dat niet zouden overleven zoals je wel weet’. En partners kregen van de Inlichtingendienst te horen dat ze hun echtgenoot nooit meer zouden terugzien en dat ze vast wel seksuele behoeften zouden hebben en dat de leden van de Inlichtingendienst wel bereid was hun seksuele nood te verlichten. De combinatie van vooroorlogse berichten over moorden in concentratiekampen en de massale doodsmeldingen uit Buchenwald en Mauthausen van de in februari 1941 opgepakte Joden en de doodsmelding uit Buchenwald van eind 1940 en begin 1941 gearresteerde Geuzen maakte het voor iedereen in Nederland duidelijk dat de concentratiekampen oorden des doods waren. Kortom, bij het vervoer van niet-Joden naar de concentratiekampen maakte de NS zich aan hetzelfde misdrijf schuldig als Adolf Eichmann. Oorlogsmisdrijven verjaren niet, dus in een fatsoenlijk land had na mijn melding het Openbaar Ministerie de NS strafrechtelijk moeten vervolgen wegens medeplichtigheid aan het oorlogsmisdrijf massamoord. Maar mevrouw Drogt wijdt daar geen enkel woord aan. En verder is het moreel logisch dat je in de eerste plaats een regeling treft voor de slachtoffers waar je schuld aan hebt en daarna pas voor slachtoffers waarvoor je geen schuld hebt. Dus de NS moet minstens dezelfde regeling toepassen voor alle mensen die naar een Duits concentratiekamp zijn vervoerd.

In de beslissing van Officier van Justitie geeft mevrouw mr. A. Drogt aan dat de beslissing lang op zich liet wachten, omdat er allerlei dossiers bij de NS opgevraagd moesten worden. Het ging eigenlijk alleen om het papiertje met de regeling en het verslag van de selectiecommissie onder leiding van de heer J. Cohen. Dat kan hooguit enkele weken gekost hebben. Zodat deze reden voor twee jaar afhandelingstijd duidelijk een kutsmoes is; voor mij is het duidelijk dat er een vertragingsstrategie werd gevolgd om de zaak te laten verjaren. Verder wees ze vervolging af, waarbij ze verschillende gronden aanvoerde:

  1. De selectie van de uitkeringsgerechtigden vond door een ‘onafhankelijke’ commissie plaats. Je moet wel van de pot gerukt zijn om de heer J. Cohen in deze een onafhankelijke commissie te noemen. Ieder weldenkend mens snapt dat de heer Cohen in deze zaak absoluut niet onafhankelijk was.
  2. De regeling is bedoeld voor: personen “waarbij de bezetter het oogmerk had om hen als bevolkingsgroep uit te roeien.

Laat ik nu het tweede argument beschouwen:

  1. Het besluit om de Joden uit te roeien is genomen tijdens de Wannsee-conferentie op 20 januari 1942, waarbij onder anderen Heinrich Müller en Adolf Eichmann aanwezig waren. Enkele dagen eerder, op 15 januari 1942, was al het besluit genomen om Roma en Sinti uit te roeien. De uitroeiing van de Joden werd in juli 1942 effectief met het opsluiten van Joden in Westerbork en de eerste transporten naar Auschwitz: deze datum is het begin van de holocaust in Nederland.
  2. Onder de NS-regeling vallen de Joden die op 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam gearresteerd waren. Op 20 januari 1942 waren ze vrijwel allemaal al vermoord. Omdat deze mensen vermoord zijn voordat het besluit genomen werd de Joden uit te roeien, kan niet gesteld worden dat ze om het leven zijn gekomen omdat ‘de bezetter het oogmerk had om hen als bevolkingsgroep uit te roeien’. En ook de twee overlevenden vallen onder de NS-regeling. Als deze mensen onder de regeling vallen, moeten ook andere mensen die massaal vermoord werden onder de NS-regeling vallen, anders is er sprake van discriminatie op racistische gronden.
  3. Onder de NS-regeling vallen de Joden die tijdens de Aktion-CPN gearresteerd zijn. Deze mensen zijn door de Duitsers exact hetzelfde behandeld als de niet-Joden: opsluiting in kamp Schoorl, overgebracht naar kamp Amersfoort, een deel afgevoerd naar Vught en dan meestal in september 1944 via het concentratiekamp Sachsenhausen naar het concentratiekamp Neuengamme, een ander deel in november / december 1941 afgevoerd naar het concentratiekamp Neuengamme waar ze onderworpen werden aan een vrijwel altijd dodelijk experiment met tbc. In de groep die in 1941 naar Neuengamme werd overgebracht viel de eerste dode al in december 1941 en vele anderen volgden snel. In juni 1942 werden 44 overlevenden naar de gaskamers in Bernburg overgebracht en met koolmonoxide vergast: het merendeel van deze vergasten waren niet-Joden. Op 1 augustus 1942 werden enige tientallen naar Dachau overgebracht, waar enkelen snel stierven en de meesten werden in november 1942 naar Auschwitz overgebracht, waar ze allemaal binnen enkele weken om het leven kwamen. Deze groep doden in Auschwitz bestond voor het grootste deel uit niet-Joden. De honderden doden, Joden en niet-Joden, zijn het gevolg van Duitse en Nederlandse stappen die vanaf 1936 gezet werden, dus voordat het besluit tot de holocaust genomen werd. Daarom mag je binnen deze groep niet op afkomst selecteren. Het uitroeiings-argument van mr. Drogt is ongeldig.
  4. Op 7 december 1941 werd door de Duitse generaal Keitel het zogenoemde Nacht-und-Nebel-Erlaß uitgevaardigd, ook bekend als het Keitel-Erlaß (‘bei Nacht und Nebel verschwinden’ = met de noorderzon verdwijnen, spoorloos verdwijnen). In dat Erlaß werd de doodstraf gesteld op onder meer ‘kommunistische Umtriebe’ (communistische verwikkelingen). Dit betekent dat al het zeggen dat je communist bent, het bezit van communistische lectuur of het fluiten van de Internationale tot de doodstraf kon leiden. Die doodstraf moest voltrokken worden door uithongeren en doodknuppelen, waarna de nabestaanden geen bericht van overlijden zouden krijgen: ze moesten spoorloos verdwijnen. In de periode januari-oktober 1941 zijn er buiten de Aktion-CPN om nog eens vele honderden communisten gearresteerd. Aan velen van hen werd medegedeeld dat ze onder het Nacht-und-Nebel-Erlaß vielen, wat inhield dat ze in de extra zware concentratiekampen Groß-Rosen en Natzweiler terecht kwamen, waar ze weinig overlevingskans hadden (door het snelle oprukken van de geallieerde troepen in de zomer van 1944 konden velen het speciale Nacht-und-Nebel-kamp Natzweiler tegen de bedoeling van de Duitsers in toch overleven).
    Doordat het Nacht-und-Nebel-Erlaß werd opgelegd aan mensen die voor de uitvaardiging ervan waren gearresteerd, betekent dat het Erlaß terugwerkende kracht had: iedereen die in het verleden communistische activiteiten ontwikkeld had, een communistische krant had gelezen, gezegd had communist te zijn, lid was geweest van een communistische mantelorganisatie en dergelijke, kon dus volgens dit Erlaß om het leven worden gebracht. Als je in het verleden communist was, kon je vermoord worden. Dit impliceert dat dit Erlaß voor de communistisch gezinde bevolkingsgroep een uitroeiingsbevel op politieke gronden betekende (waar de Nederlandse overheid van hart aan meewerkte).
    Als mr. Drogt stelt dat de NS-regeling bedoeld is voor bevolkingsgroepen die uitgeroeid moesten worden, dan moet de NS-regeling ook voor communisten gelden. Maar voor mr. Drogt geldt het alleen voor Joden, waarmee mr. Drogt zelf vanwege discriminatie op racistische gronden vervolgd behoort te worden. Eigenlijk zouden we mr. Drogt moeten vragen om mr. Drogt te vervolgen wegens discriminatie op racistische of politieke gronden.
  5. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel Jehovah’s Getuigen in concentratiekampen opgesloten en vermoord. Als de oorlog langer had geduurd, dan waren ze allemaal om het leven gekomen. De Duitsers hadden verboden om mensen te bekeren tot de leer van de Jehovah’s Getuigen. Voor de leer van de Jehovah’s Getuigen was men verplicht om de leer onder anderen te verspreiden. Deed je dat niet dan was je geen Jehovah’s Getuige. Daarom komt de vervolging van de Jehovah’s Getuigen effectief neer op de uitroeiing van de bevolkingsgroep Jehovah’s Getuigen. Volgen we de argumentatie van mr. Drogt, dan moet de NS-regeling ook voor Jehovah’s Getuigen gelden.

Van de vier groepen die onderhevig waren aan Duitse uitroeiingsmaatregelen zijn de volgende percentages om het leven gekomen: Joden 70 %, communisten 30 %, Roma en Sinti 20% en Jehovah’s Getugen 20 %. Dus als het uitroeiingscriterium stand houdt, moet de regeling uitgebreid worden naar communisten en Jehovah’s Getuigen, waarvan er respectievelijk de helft meer en ongeveer even veel vermoord zijn als van de wel in de regeling betrokken Roma en Sinti. Daarbij komt nog eens dat heel wat communisten om het leven zijn gekomen ten gevolge van het te hulp komen van de Joden. De communisten zijn dus deels niet-Joodse holocaustslachtoffers en behoren alleen daarom al onder de regeling te vallen, maar ze worden op racistische gronden uitgesloten.

Ik kan dan ook niet anders dan concluderen dat de beslissing van mr. Drogt gebaseerd is op onvoldoende kennis van de materie. Ze heeft zich niet op de hoogte gesteld van de aan de massamoorden ten grondslag liggende besluitvorming. Er is sprake van onwetend afraffelwerk in combinatie met een vertragingstactiek. Ik ben daarom bij de rechtbank in beroep gegaan. Maar eerlijk gezegd heb ik weinig vertrouwen in het Nederlands rechtsstelsel. Ligt er in oktober 2021 nog geen positieve beslissing tot vervolging, dan wend ik me alsnog tot de Europese commissie met het verzoek tot strafmaatregelen tegen Nederland vanwege het niet handhaven van de rechtsstaat en het niet vervolgen van oorlogsmisdaden. Vanwege de verjaringstermijn kan ik me geen verder uitstel veroorloven.